Het scheppingsverhaal

 

Het ontstaan van de aarde is maar een onderdeel van het grote scheppingsverhaal.

Wij zijn in een stoffelijk lichaam op de aarde. Wij mensen hebben deze vaste vorm gekregen omdat wij eerst de basiskennis moeten doorleven. Alles valt onder de kosmische wet van de aarde zelf. Alles wat wij in werking zetten is daardoor afgebakend, begrensd. Op het moment dat wij onenigheid krijgen, hebben we daar onszelf mee en een stukje in de sferen, maar niet de kosmos. Als wij de beschikking zouden hebben over een gedeelte van de superkracht, dan zouden wij in de sferen een heleboel schade aanrichten.

Er is boven geen tijd. De regenboog-energie was er altijd al. GOD stond uit zijn eigen energie op. Omdat hij zag dat hij alleen was, is hij gaan klonen uit zichzelf. De eerste kopie van zichzelf is de hoofdengel. Vervolgens heeft hij de engelen-legioenen uit zichzelf gehaald. Omdat zij allemaal robotjes waren heeft hij aan een paar legioenen een stukje van zichzelf gegeven: de vrije wil. Toen konden ze zelfstandig denken.

Het licht moet vormen. Voordat de mens gecreŽerd werd, is er al getest in andere vormen. De aarde is het laatst geschapen gebied met deze vorm. Het is op dit moment de ultieme vorm van alle andere vormen die al aanwezig waren.

Toen GOD bij de vorm als mens kwam, heeft hij Adam geschapen. Hij zei tegen de engelen: "buig". Maar een heleboel engelen zeiden: "Wij willen alleen maar buigen voor U". Zij zagen het plan voor de aarde en zeiden: "Het is te zwaar voor de mens". Toen zei GOD: "Als jullie beter kunnen gaan, ga". Deze engelen, die men 'gevallen engelen' noemt, zijn op zichzelf gaan experimenteren. Maar nu zien ze hoe ver de mens gekomen is en ze worden allemaal teruggeroepen.

Een hoofdengel kan zich vele malen origineel opsplitsen.  Tegen een van de hoofdengelen heeft hij gezegd: "Verleid de mens". Deze hoofdengel is niet tegen GOD. Het doel is dat de mens zo intelligent wordt dat hij niet meer te verleiden is en dat de mens alles wat hij zelf in werking gezet heeft, opruimt.

Onder de engelen die zich tegen GOD gekeerd hebben is een lichting die geprobeerd heeft de mens na te maken. ze zijn echter niet verder gekomen dan een aap, want alle energie komt van GOD. de vrije wil komt alleen maar van GOD.

De mens stamt dus niet van de apen af. De aap is een kopie van het resultaat van de poging van deze energie-eenheden om de mens na te maken. Daarom pakken ze bij de mensen energieŽn af en daarom proberen ze zoveel mogelijk zieltjes te winnen. Die gebruiken zij dan weer. Maar ze hebben geen beschikking over de vrije wil en de heilige geest. Ze hebben ook geen engelen, want de engelen werken voor de centrale bron.  Ze missen het besturingsmechanisme, dat is van GOD zelf en dat zit allemaal in ons.

De vrije wil kunnen zij niet afpakken van GOD. ze kunnen wel een programmaatje namaken en zorgen dat hun creatie kan lopen, maar niet dat het zelfstandig kan denken. Het heeft vorm, maar het denkt als het lagere.

De mensen beginnen te klonen. Het licht laat de intelligentie toe opdat wij weten hoe alles werkt. Klonen laat zien dat je energieŽn kunt splitsen. Met andere woorden, jouw ziel (kopie van jezelf) kan zich ook splitsen. Je kunt energieŽn aftappen. De wetenschap komt daar heel ver mee.

Boven wil dat de mens de intelligentie positief benut. Daarom dient de mens zijn gedachten onder controle te hebben en aan boven over te laten wat er met deze kennis gedaan wordt.

Boven laat de intelligentie in die mate toe, dat we onder de indruk zijn van de schepping.

De hoofdengelen bemoeien zich nu met de wetten van de aarde. Vroeger deden ze dat niet, deze wet was door GOD ingesteld. Om te voorkomen dat alles verkeerd gaat, is deze wet veranderd en daarom komen de engelen naar de aarde.

CHAAS 24-13 / BHINNEKA TUNGGAL IKA / PANCASILA

Rotterdam, mei 2001